Raad van State stelt Betfair in het gelijk vs de Staat
De afgelopen 6 jaar is Betfair aan het procederen geweest tegen de Nederlandse Staat omdat het geen vergunning kreeg voor het organiseren van sportprijsvragen en de totalisator (wedden op paardenrennen). De zaak diende voor het laatst op 10 december 2010 voor de Raad van State en die heeft op 23 maart 2011 uitspraak gedaan.
Kort en bondig: de wijze waarop de Minister van Justitie (MvJ) de vergunningen heeft verleend aan onder andere De Lotto zijn strijdig met het oprichtingsverdrag van de Europese Gemeenschap waarin vrij verkeer van goederen en diensten is geregeld.
Wij hebben de pokerende advocaat Erik de Groot gevraagd om een reactie en hij benadrukt het belang van de uitspraak. "Als Teeven zijn plannen doorzet en meer afstand gaat houden van het HC, dan betekent dit ook dat andere aanbieders ook een kans moeten krijgen. Dat is hij al van plan, maar het is goed dat de rechter de staat geen keuze meer laat"
Voor de geïnteresseerden hebben wij de uitspraak doorgeworsteld en halen de belangrijkste punten en overwegingen eruit.
Time line vergunningaanvraag sportprijsvragen en totalisator
Om een goed beeld te krijgen hebben wij op een rijtje gezet wat er precies is voorgevallen waardoor Betfair besloot een procedure op te starten.
Augustus 2004: MvJ weigert Betfair vergunning voor organiseren sportprijsvragen en totalisator
December 2004: MvJ heeft De Lotto een vergunning verleend voor het organiseren van sportprijsvragen, de lotto en het cijferspel
Maart 2005: MvJ heeft door Betfair gemaakte bezwaar gedeelte gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaard, besluit van augustus 2004 wordt in stand gelaten.
Maart 2005: MvJ heeft bezwaar tegen vergunning verlening van De Lotto ongegrond verklaard
Mei 2005: MvJ wijst aanvraag Betfair om een totalisatorvergunning af
Juni 2005: MvJ verleend Scientific Games Racing BV (thans Sporttech PLC) een vergunning tot het organiseren van een totalisator.
November 2005: MvJ verklaard het bezwaar tegen de besluiten van mei en juni ongegrond
December 2006: Rechtbank verklaard een stapeltje beroepen tegen eerder genoemde bezwaren ongegrond.
Hierna (augustus 2007) komt de zaak bij de Raad van State aan het rollen waarbij alle partijen (ook De Lotto en Sportech) hun visie op de zaak mogen geven. Er worden hoorzittingen gehouden en uiteindelijk wordt de behandeling geschorst tot het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan.
Deze uitspraak van juni 2010 wordt aan alle betrokken partijen voorgelegd en men mag daar een reactive op geven.
Uiteindelijk komt de Raad van State op 13 december 2010 bijeen.
Overwegingen Raad van State
De Raad van State heeft alvorens tot een uitspraak te komen een aantal zaken te wegen. Kort en bondig, soms gequote, soms samengevat:
Conform het Verdrag van de Europese Gemeenschap: “…zijn de beperkingen op het vrij verrichten van diensten binnen de Unie verboden ten aanzien van de onderdanen der lidstaten die in een ander land van de Unie zijn gevestigd dan dat, waarin degene is gevestigd te wiens behoeve de dienst wordt verricht.”
Conform artikel 1 van de Wet op de Kansspelen: “Het is verboden om gelegenheid te geven mede te dingen naar prijzen of premies, indien de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen, tenzij daarvoor ingevolge deze wet vergunning is verleend.”
Uit hetzelfde artikel: de deelneming aan deze spelen te bevorderen zonder vergunning is eveneens verboden. Deze artikelen worden in de uitspraak nog verder uitgekauwd en die wollige teksten laten wij voor wat het is.
De Raad van State had het Hof van Justitie gevraagd om een prejuidiciële uitspraak te doen inzake Art.49 van het EG-verdrag. De vraag was simpel: Als een bedrijf een vergunning heeft voor een activiteit in een lidstaat, mag een andere lidstaat dan deze activiteit wel verbieden? Het Hof van Justitie oordeelde dat dit artikel zich niet verzet tegen het gesloten stelsel van vergunningen zoals in Nederland van kracht op het gebied van kansspelen.
Maar in het arrest van 3 juni 2010 heeft het Hof van Justitie voor recht verklaard: “Artikel 49 EG moet aldus worden uitgelegd dat het beginsel van gelijke behandeling en de daaruit voortvloeiende transparantieverplichting van toepassing zijn op procedures voor de verlening en de verlenging van een vergunning aan één exploitant op het gebied van de kansspelen, voor zover het niet gaat om een openbare exploitant wiens beheer onder rechtstreeks toezicht staat van de Staat of om een particuliere exploitant op wiens activiteiten de overheid een strenge controle kan uitoefenen."
En hier wringt hem de schoen, de Raad van State is van oordeel dat ‘met name het beginsel van gelijke behandeling en de transparantieverplichting, niet in acht worden genomen.’
Daarbij komt nog dat volgens de Raad van State de overheid op de SGR en De Lotto geen strenge controle kan uitoefenen zoals het Hof van Justitie hierboven heeft bepaald. Ook is zij van mening dat de automatische verlenging van de vergunningen aan de SGR en De Lotto zijn gedaan zonder dat de minister geen oproep tot mededinging heeft gedaan.

De uitspraak van de Raad van State:
De Afdeling komt dan ook tot de conclusie dat de besluiten tot verlening van de vergunningen aan De Lotto en SGR en de besluiten tot weigering de vergunningen aan Betfair te verlenen in strijd zijn met artikel 49 van het EG-Verdrag, zoals dat verdragsartikel is uitgelegd door het Hof van Justitie in het arrest van 3 juni 2010 in zaak C-203/08.
Klik voor de vergroting:
Reacties op dit nieuwsbericht
|
#8
|
|||
|
|||
|
|
|
#7
|
|||
|
|||
|
|
|
#6
|
|||
|
|||
|
|
|
#5
|
|||
|
|||
|
|
|
#4
|
|||
|
|||
|
|
|
#3
|
|||
|
|||
|
|
|
#2
|
|||
|
|||
|
|
Registreer of log in om te kunnen reageren











