Drawing Dead - Deel 6

Door HansytheKing, geplaatst op vrijdag 07 mei 2010, 12:30. Views: 1.

 

 

Drawing Dead - Deel 6 door BB-Light

 

Mijn hoofd bonkt. Ik heb pijn in mijn handen. Nee, het zijn niet mijn handen. Bij nader inzien zijn het mijn polsen. En mijn schouders ook. Ik open mijn ogen. Knipper een paar keer met mijn ogen maar ik zie nog steeds niets. Het is aardedonker. Ik ruik de geur van gier,stro zaagsel.
Dan besef ik dat ik aan mijn polsen hang. Mijn voeten raken nauwelijks de grond. Wanneer ik mij helemaal uitstrek kan ik net met de bal van mijn voet de grond raken. Zand. Een tochtige windvlaag trekt langs mijn rug. Ik begin ongecontroleerd te klappertanden. Ik hang hier verdomme in mijn ondergoed! Die klootzakken hebben mij gewoon opgehangen in een boerenschuur, uitgekleed en alleen achter gelaten. Ik probeer mij te concentreren maar dat is moeilijk als zelfs iets eenvoudigs als ademhalen gemeen pijn doet. Elke ademstoot lijkt te branden. Ik heb waarschijnlijk mijn ribben gekneusd. Wanhopig probeer ik geluiden op te vangen zodat ik een inschatting kan maken van waar ik ben. Geen verkeer, geen stemmen, alleen de wind die om de schuur heen giert. Het is belangrijk dat ik nu niet in paniek raak. Ik merk dat ik steeds sneller begin te ademen. Ik knijp mijn ogen hard dicht en probeer me te concentreren.” Denk maar aan iets leuks!” zei mijn moeder vroeger altijd als ik iets vervelends of pijnlijks moest ondergaan.

De pijn in mijn schouders, nek en armen is te overheersend. Belemmert mij in alles. Dit is niet goed. Helemaal niet goed. Ik begin buiten adem te raken. Ik ben nog nooit van mijn leven zo bang geweest.

Ik knipper tegen het plotselinge felle zonlicht. Het lijken laserstralen die de ruimte doorklieven vanuit de kleine gaten in het dak. Zachter licht valt door de spleten in het houtwerk. Ik moet weer even buiten westen zijn geweest. Het is nu in ieder geval zeker dat ik mij in een boerenschuur bevindt. Als ik mijn hoofd in mijn nek leg zie ik dat ik aan grote stalen kabels hang die bevestigd zijn aan dwarsbalken. Het zal nu wel ochtend zijn. Of misschien zelfs al middag. Alle besef van tijd is weg.

Dan hoor ik gegrinnik. Vlak voor me staan twee mannen.”Goedemorgen schoonheid” zegt de kleinste van de twee. 
Ik probeer me te focussen. De mannen zijn geheel in het zwart gekleed. Ze dragen bivakmutsen die alleen mond en ogen vrij laten. Nooit zal ik ze kunnen herkennen. Als ik hier nog levend uit kom tenminste. Mijn armen zijn al totaal gevoelloos geworden. Ik sla mijn ogen neer en probeer naar een vast punt op de grond te kijken. Een golf van misselijkheid overspoelt mij en langzaam zak ik weer weg in een heerlijke donkere leegte. Mijn ogen vallen dicht en de pijn trekt weg. 

Een felle stoot in mijn ribben brengt mij terug in de realiteit. Ik stoot een ijselijke rauwe kreet uit en sper mijn ogen open.
De vent die schuin rechts van mij staat wrijft tevreden over zijn vuist. Hij kijkt mij grijnzend aan. Dat hij grijnst zie ik aan de rimpels rondom zijn ogen. Zijn tanden staan schots en scheef in zijn mond. Hier en daar missen er zelfs een paar.

Ik draai mijn hoofd weg. Meteen word ik weer geramd op exact dezelfde plek tussen mijn ribben. Ik begin onbedaarlijk te hoesten en te kokhalzen. De tweede man maant de rammer tot kalmte.” Rustig aan een beetje, straks hebben we helemaal niets meer aan haar!” hoor ik hem tussen zijn tanden sissen. 

“Ok, Miss Pokerface. Waar is het geld” Het klinkt ongeduldig. Haast zenuwachtig .
Ik kijk op. Mijn ogen voelen dik aan. Overal zie ik sterretjes het lijkt wel alsof ik in een slechte trip zit. Al heb ik geen idee hoe zoiets voelt. Ik heb nog nooit drugs gebruikt. “Waar heb je het over?” vraag ik. Mijn stem klinkt nasaal en mijn tong voelt aan als een dikke lap leer. De vragensteller zet een stap naar voren zodat hij vlak voor mij staat. Hij brengt zijn gezicht dicht bij het mijne zodat ik zijn naar rottend vlees ruikende adem in mijn neus krijg. Hij kijkt mij onderzoekend aan en zegt dan dreigend: “Laatste kans dame. Zeg op! Waar is het!”
Ik heb werkelijk geen idee waar hij het over heeft. “Goede vraag!” antwoord ik piepend. 
BAM! “Fout antwoord!” De vuist landt vol in mijn gezicht. Mijn oren fluiten en warme vloeistof loopt over mijn gezicht, over mijn lippen en daarna over mijn kin.

“Wie denk je verdomme dat je voor je hebt!” De vragensteller is klaarblijkelijk zijn geduld aan het verliezen. Het dringt tot mij door dat het niet uitmaakt wat ik zeg of doe. Het is toch fout. De man kijkt mij aan met een blik vol haat. Ik reageer niet en kijk langs hem heen. Alsof ik fucking autistisch ben. De tweede man trekt opgefokt een pistool achter zijn broekband vandaan. 

Dit was het dan gaat het door mij heen. Ik sluit mijn ogen weer, wachtend op het verlossende schot. Dit was het dan. Ik werd zevenentwintig. Geen man. Geen kinderen. Geen Golden Retriever. Wie zal mij missen als ik er niet meer ben?Ik voel totaal geen angst meer, alleen spijt. Spijt van de dingen die ik nog niet gedaan heb of heb kunnen doen. Ik geef mij over aan mijn lot. Het heeft zo moeten zijn.

De stem lijkt van heel ver weg te komen. Ik zweef in het oneindige waar helemaal niets meer is dan alleen warmte. Geen pijn meer. “Ik ben het lieverd.”Zeg iets!” Dex zijn stem. Hij noemt mij lieverd! Ik kan een glimlach niet onderdrukken. Ik probeer hem gerust te stellen, te zeggen dat ik hier in orde ben, maar er komt geen geluid.

Een warme hand op mijn wang.”Liefje, je bent veilig nu.” 
Geluid van klotsend water. Ik weet het niet zeker maar het lijkt of het bed zachtjes gewiegd wordt. Waarschijnlijk verbeeld ik me dat maar. “Ze hebben je goed te pakken gehad meid” weer de zachte stem van Dex. Ik knipper met mijn ogen tegen het felle licht. “Gelukkig, je bent er weer.”Dex kijkt me opgelucht aan. Er ligt een warme meelevende blik in zijn ogen. Ik draai mijn hoofd van links naar rechts. Een langwerpige ruimte met rechts van mij een muur en links een kleine zithoek. In de hoek staat een moderne televisie die erg uit de toon valt in het verder zwaar gedateerde interieur. 

“Waar ben ik?”
“Op een veilige plek nu. Deze woonboot is van mijn moeder geweest.”antwoordt Dex.
Nu begrijp ik waar het klotsende geluid vandaan komt.
Ik probeer diep in te ademen maar het doet teveel pijn. Ik herinner me de klappen die ik tegen mijn ribben heb gekregen. Overal heb ik spierpijn. Het lijkt wel of ik ongetraind de marathon van New York heb gelopen! Mijn gezicht doet ook pijn. Vooral mijn neus, ik kan alleen door mijn mond ademen. Maar ik leef!

“Wat wilden ze van je?”vraagt Dex
“Dat weet jij beter dan ik!”weet ik met moeite uit te brengen.
Dex schudt zijn hoofd.”Hoe kan ik dat weten?
“Jij hebt mij gevonden! Hoe wist je…”
“Door mijn ogen, oren en verstand te gebruiken” antwoord Dex.
“Wie waren het Dex?” Ik probeer mijn angstige voorgevoel te onderdrukken.
“Later” antwoord Dex ”Je moet eerst aansterken.”

Dan staat Dex op. “Ik zit in de kamer hier naast. Als je wat wilt drinken of iets anders nodig hebt kun je me roepen.”
Duizenden vragen spoken door mijn hoofd terwijl ik alleen achter blijf. Als ik mijn hoofd in de richting van het gedempte geluid van de televisie beweeg weet ik al wat ik te zien krijg. Poker, urenlang. De dvd staat op ‘repeat’. 
Dan valt mijn oog op iets dat naast mij op een tafeltje ligt en onmiddellijk mijn nieuwsgierigheid opwekt.

Reacties op dit nieuwsbericht

Snel reageren
  #3
Senior Member
 
Geregistreerd: 24-02-2009
Berichten: 257
 
Standaard Re: Drawing Dead - Deel 6

Aaah dankje!!
Met citaat antwoorden
  #2
Oud Nederpoker Crew & vriend van Nederpoker
 
Geregistreerd: 01-11-2007
Berichten: 843
 
Standaard Re: Drawing Dead - Deel 6

Ik hang nog steeds aan je lippen, euhhh woorden! Ga zo door!
Met citaat antwoorden