Mijn naam is Dirk
Voor de buitenwereld ben ik de jongeman die vaak thuis is, in de tuin zit, het vuilnis tussen de middag dumpt en een paar keer per week tussen drie en vijf met twee Dirk tassen van de AH terugkomt. Toen ik het huis kocht was ik veel minder thuis. En wanneer ik dan met de buren sprak, hadden we altijd leuke gesprekken. Hoe het op mijn werk ging, dat het zo'n fijne buurt was, hoe het met hun dagelijkse bezigheden ging en hoe leuk "onze Turk" toch was en zo goedkoop. Bij tijd en wijle ging het over het weer en de weersverwachting. De tijd tussen ontmoetingen correleerde op een perfecte wijze met de inhoud van de gespreksstof.
Net toen ik dacht dat de financiële crisis mij rustig zou passeren, trok deze aan de handrem om met piepende banden voor me tot stilstand te komen. Ook al hield ik voldoende afstand, een botsing kon ik niet voorkomen. Gelukkig had ik een solide airbag: poker. Dit was ook de reden dat ik niet meteen op zoek ging naar een andere baan. Ik hield mezelf voor dat ik een sabbatical nam en ondertussen een beetje zou klikken met de muis. Leg dat maar eens uit aan de buren: een oudere jongere, net een huis gekocht, sabbatical. Klopt van geen kant. Als ik zo succesvol was om een sabbatical te kunnen nemen, dan had ik hier nooit gewoond. Dus voor de buren ben ik werkeloos, getroffen door de gevolgen van de hedendaagse graaicultuur.
Steeds vaker kom ik ze tegen, steeds minder zeggen ze. Ze groeten echter wel uitbundiger dan eerst. Meestal met gebaren: vaak zoiets als wijzend naar de pols waar een horloge zou moeten zitten, of wijzend in een richting waar ze helemaal niet naar toe gingen. Als ze deze te vaak gedaan hebben, dan is hun laatste redmiddel, de handpalmen openen naar de hemel op oor-hoogte, de wenkbrauwen opgetrokken en de lippen in een halvemaan-vorm met de punten naar boven, zonder dat er tanden te zien zijn. Op zich kan ik er wel om lachen, want ik zit zeker niet te springen om te praten over wie beter is: het KNMI of Piet Paulusma. Wat me niet helemaal (of helemaal niet) lekker zit, is de reden dat ze mij ontwijken: ze vinden me zielig. Arme jongen. Niet dat ze me helpen, ze willen gewoon liever niet dat "ongeluk" bij hen in de buurt komt. Inmiddels kent bijna iedereen minstens een persoon die direct getroffen is de malaise. Dat wil men blijkbaar graag zo houden omdat ze misschien bang zijn dat het hen dan ook sneller overkomt.
Met mijn vriendin praten ze wel. Haar "tijd tussen ontmoetingen/gespreksstof" correlatie is nog steeds in balans. Van haar hoor ik dat de buren wel interesse hebben voor mijn situatie: "Nog geen werk? Ja het is lastig om een baan te vinden in deze barre tijden. De oom van Koos, die .....". Vermakelijk. Wanneer ik uit het raam kijk en mijn vriendin soms zie praten met Mark, de overbuurman, wanneer zij haar fiets in het rek doet na een dag hard werken, zie ik aan zijn lichaamstaal het volgende:" Ach meisje toch, moet jij helemaal alleen voor brood op de plank zorgen? Wat een sukkel is die vriend van je toch. Hij kan niet eens een vrouw verzorgen. Als ik niet twee keer zou oud was als jij, dan had ik mijn vrouw (slecht ter been, soms in rolstoel) verlaten en had ik je keihard kunnen neuken." Ik kan het mis hebben, maar mijn reads zijn vrij goed over een grote sample. Mark en ik hebben verder een goede-buren-relatie. Hij is de enige die eigenlijk met meer dan gebaren alleen met me communiceert. Mark gaat bijna met vervroegd pensioen. Hij heeft een fijne functie bij de Belastingdienst.
Mijn gevoelens over het beeld dat men heeft van mij, dat ik onbedoeld heb gecreëerd zijn gemengd. De buurt denk dat ik een zielige werkeloze looser ben. Maar de feiten zijn anders: het feit dat ik net als W. Sneijder allebei-benig ben en dus nooit met het verkeerde been uit bed stap, het feit dat ik tegen mezelf moet liegen dat de brug open stond, het feit dat ik 3 keer zoveel verdien als een jaar geleden, het feit dat ik een kleine glimlach niet kan onderdrukken wanneer ik expres even de file berichten aanzet, het feit dat ik de vrijheid heb om te doen en laten wat ik wil. Al deze feiten worden afgezwakt door het beeld dat mijn buren van mij hebben. Raar maar waar. Maar alles is beter dan voor de buitenwereld extreem succesvol zijn, maar eigenlijk veel te weinig verdienen voor je 80-urige werkweek, waar je constant moet buigen voor de baas. Of niet...?
(alle namen zijn uiteraard gefingeerd, behalve die van Piet Paulusma en W. Sneijder)