Het floppen van een set (deel3)

Het floppen van een set (deel 3)

Deel 1 kan je hier lezen en deel 2 staat hier.

 

De situatie

In deze vierdelige reeks ga ik dieper in op toernooisituaties waarin je een monster flopt. Ik leg uit wat je moet doen als je een set (three of a kind) flopt, nadat je een preflop raise hebt gecalled vanuit de big blind. Daarbij houd ik rekening met vele verschillende acties die je opponent zou kunnen ondernemen, gebaseerd op het soort handen dat hij waarschijnlijk heeft. Ik probeer zo volledig mogelijk te zijn in mijn analyse, in de hoop een situatie en play te vinden die het best mogelijke resultaat oplevert.

               De situatie is als volgt: Jij zit op het tweede blind-level van een No Limit Hold'em toernoi. De blinden zijn 50-100. Spelers hebben stacks van 5.200 tot 15.225. De eerste drie spelers na de blinds folden. De speler daarna - een solide, vrij tighte speler met een stack van 14.850 - raiset naar 300. De laatste drie spelers voor de blinds folden, de small blind (stack: 9.975) callt en jij, in de big blind, callt met 5[h] 5[s]. Jij hebt hierna nog 12.500 over. Er zit nu 900 in de pot. De flop is A[h] 8[c] 5[d]. De small blind checkt (deze speler zal folden op elke bet en kan dus verder genegeerd worden). De vraag is nu: check of bet?

 

In de eerste twee delen van deze serie hebben we al berekend dat de eerste optie, check-raisen op de flop, resulteerde in een verwachtingswaarde van +1643. Tevens ontdekten we dat de tweede optie, het check-callen van de flop om vervolgens te checken op de turn, significant minder opleverde dan check-raisen.

               In de laatste twee delen van de reeks zal ik nog twee andere opties bespreken en doorrekenen. In deze aflevering is dat check-callen op de flop om vervolgens uit te betten op de turn. De volgende keer zullen we ten slotte bekijken wat er gebeurd als we zelf uitbetten op de flop.

 

De Check-Call/Bet-lijn

In deel 1 hebben we al ontdekt dat, wanneer onze tegenstander twee plaatjes (en geen Aas) heeft, we altijd een rendement van +1400 halen als we checken op de flop. Tevens rekende ik toen al uit dat tegen een pocket pair checken op de flop om vervolgens uit te betten op de turn ons +937 oplevert.

               Nu moeten we er nog achter komen wat de check-call/bet-strategie teweeg brengt als deze opponent een Aas heeft. De aanname is en blijft dat, als we de flop checken, hij in 75% van de gevallen zal betten. Wij callen, en daarna betten we uit op de turn. Laten we zeggen dat we 1200 betten op een pot van 1900. Als hij die bet callt, betten we opnieuw uit op de river - zeg, 2200. Verder nemen we aan dat, als onze tegenstander zijn 5-outer hit op de turn (hij verbetert naar Two Pair of trips), dit zal leiden tot een all-in situatie (wanneer deze hit op de river plaatsvindt, zal hij niet raisen, maar slechts callen - bij wijze van 'safety play').

Gebaseerd op deze aannames zijn er mijns inziens vier mogelijkheden:

A) Hij foldt op de turn. Dit levert ons +1.400 op.

B) Hij callt op de turn, maar foldt tegen onze river-bet. Dit levert ons +2.600 op.

C) Hij callt onze turn-bet én onze river-bet. Dit levert ons +4.800 op.

D) Hij hit zijn 5-outer en gaat all-in op de turn, waarop wij callen.

Wat levert optie D op? Als alle chips (12.500 per persoon) erin gaan, zijn wij een dikke favoriet. Echter, onze opponent heeft evengoed een aantal outs op een betere Full House (zeven wanneer hij een betere Aas gehit heeft, vier wanneer hij z'n kicker gehit heeft). Zoals we al in deel 1 hebben berekend, geeft deze situatie ons in 40% van de gevallen (Aas op turn) een resultaat van +9.280 en in 60% van de gevallen (kicker gehit op turn) een resultaat van +11.045. Er zitten immers nog twee Azen en drie kickers in het deck, dus die verhouding is 2:3 = 40:60.

               Gemiddeld winnen we dus (40% x 9.280) + (60% x 11.045) = 10.339 in het geval van optie D.

 

Nu moeten we schatten wat de verschillende waarschijnlijkheden van opties A, B, C en D zijn. Dat is best lastig te zeggen voor een gemiddelde, tighte speler. We weten in ieder gevallen zeker dat hij in 11% van de gevallen z'n 5-outer zal hitten op de turn, dus optie D heeft een waarschijnlijkheid van 11%.

               Mist hij deze 5-outer op de turn, maar callt hij toch en hit hij 'm vervolgens op de river (wederom is die kans 11%), dan zal hij ook zeker de river-bet callen (doch niet all-in pushen, als 'safety play'). Dus in zeker 11% van de gevallen dat hij de turn-bet callt, callt hij ook op de river. Maar een speler die de turn callt, zal vaak geneigd zijn de river te callen, ook als hij zijn hand niet verbeterd, omdat de pot nu vrij groot begint te worden. Dus dat percentage mogen we iets ophogen.

               Het is enigszins natte vingerwerk, maar ik wil de volgende waarschijnlijkheden opperen:

A) 41%

B) 32%

C) 16% (NB: Als deze speler alléén de river-bet zou callen wanneer hij daar z'n vijf-outer hit, is deze kans slechts 6%)

D) 11%

Dit resulteert in een winst van:

(41% x 1400) + (32% x 2600) + (16% x 4800) + (11% x 10.399) = +3.311.

Nu moeten we nog even kijken naar de mogelijkheid dat onze tegenstander doorcheckt op de flop. Dat doet hij immers in 25% van de gevallen. Deze situatie hebben we in detail bekeken in deel 2, onder het kopje 'Tegen een Aas - Geen Bets op de flop'. Daar ontdekten we ons resultaat tegen een Aas wanneer onze opponent de flop checkt: +2.131.

Het check-callen op de flop, om vervolgens uit te betten op de turn, levert ons dus in totaal het volgende op, wanneer onze tegenstander een Aas heeft:

(25% x 2.131) + (75% x 3.311) = +3.016.

Totaalresultaat van check-call/bet

Nu hebben we (eindelijk!) alle resultaten voor de check-call/bet-lijn op een rijtje. Laten we de totale verwachtingswaarde van deze strategie eens bekijken:

* Tegen een Aas: +3.016

* Tegen een pocket pair: +937

* Tegen twee plaatjes: +1.400

Gezien de kansverdeling die we in deel 1 al aannamen (40% voor een pocket pair, 40% voor een Aas en 20% voor twee plaatjes), ziet het totaalresultaat van check-call/betten er dus als volgt uit:

(40% x 3.016) + (40% x 937) + (20% x 1.400) = +1.861.

 

Vergelijken we dit met het in deel 2 gevonden totaalresultaat van de check-raise op de flop (+1.643), dan is het resultaat van de check-call/bet-lijn hoger. De onvermijdelijke conclusie, gelet op onze aannames, is derhalve: Als we checken op de flop, dan is de beste strategie om een flopbet slechts te callen, om vervolgens zélf uit te betten op de turn.

               Maar we hoeven onze geflopte set natuurlijk niet te checken - we kunnen ook op de flop al meteen zelf uitbetten. Wat levert dat ons op? Zal het meer of minder zijn dan een check-call? Dat gaan we in detail bekijken in het vierde en laatste deel van deze reeks. En uiteraard geef ik dan ook antwoord op de vraag: wat is nu, al met al, de beste play? ♠

Dit is deel 3 in een 4-delige serie over het uitbuiten van sets in toernooien.

Reacties

Log in om te reageren

Nederpoker · Nederpoker Crew · 1509 berichten
Rob Hollink heeft een nieuw artikel gepubliceerd.
[quote]Het floppen van een set (deel 3)
Deel 1 kan je hier lezen en deel 2 staat hier.
 
De situatie
In deze vierdelige reeks ga ik dieper in op toernooisituaties waarin je een m ...[/quote]
[url=http://www.nederpoker.nl/artikelen/32/rob-hollink/het-floppen-van-een-set-deel3.html]Lees het volledige artikel[/url]

Praat verder op ons forum